Moe(der)stuintjes

Gepubliceerd op 13 mei 2021 om 17:08

Vaak zit ik alleen aan tafel met de kinderen. De keren dat wij met het hele gezin gezamenlijk eten zijn per week ongeveer op één hand te tellen. Mijn man werkt (en slaapt dus) namelijk op alle onmogelijke uren.

Tijdens de maaltijden heb ik soms behoefte aan zinnige gesprekken zodat mijn geest ook tot rust komt.

Dus, dan maar met de kinderen..

Kinderen? Weten jullie wat ik gisteren dacht? Jullie zijn elk een moestuintje. Onze tuintjes. Allemaal prachtige tuintjes’. Ik heb ze. Ze lachen allemaal. ‘Maar wacht, ik wil iets uitleggen. Elk tuintje is anders.. Adam, jij hebt van die grote zonnebloemen, waar iedereen vrolijk van wordt. Anna heeft heel veel kleurige bloemen in haar tuin. Maar.. jullie onkruid bloeit er ook tussen..’ (O nee, de gezichtjes betrekken).

‘Adam heeft onkruid dat in één keer verschijnt. Ik schrik ervan. Maar, als ik het vastgrijp, heb ik niet veel kracht nodig en het is eruit. Dat is wel eens anders geweest, he Adam. Anna, bij haar moet ik héél goed opletten, want haar onkruid groeit bijna onzichtbaar onder de bloemen. En het onkruid prikt, ik zal dus met handschoenen moeten wurmen en trekken.. maar oh, wat zijn de bloemen blij als ze ontdaan zijn van die vijandelijke prikkels! En Ariël? Jij hebt zachte ijzersterke bloemen die tegen elk klimaat bestand zijn. Maar ook van die enge wonderbomen.. die opeens alles overschaduwen. Er is maar één worm van mama nodig om die wonderboom op te eten, zodat alles weer tot bloei komt. Ik moet er snel bij zijn; maar ik kan de wortel niet altijd vinden.’

Tot zover het gesprek. Nog dagen kabbelde dit onderwerp door in de hoofdjes van mijn kinderen. Soms zeg ik nu alleen maar ‘Adam, onkruid..’ en het helpt.

Maar ook in míjn hoofd groeide het beeld verder.

Ben ik me iedere dag bewust van de taak die op mijn schouders ligt? Wéét ik welke voeding mijn kinderen stuk voor stuk nodig hebben? Sta ik soms te donderen en bliksemen boven hen, terwijl ze juist licht van de Geest en water van de Bron nodig hebben? Begrijp ik de impact en noodzaak van mijn (wel of niet) handelen? Voed ik hun onkruid? Kijk ik weg en kan het welig tieren? Ben ik een zachte tuinierster en maak ik het daarmee erger? Of ben ik bereid om zó volkomen toegewijd te zijn zodat ik kan helpen groeien en snoeien precies dáár waar nodig is?

Geschreven door Deborah Panjaer


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Aletta de Vos
een maand geleden

Wat heb je dit weer heerlijk inspirerend geschreven! Precies toen ik het gelezen had kwam mijn oudste 4 jarige dochtertje binnen met een bosje bloemen in een oud pillenpotje. Ik bewonderde haar vondst en vroeg waar ze die gevonden had. 'Een paar in onze tuin.' En de rest? 'Dat weet ik niet meer' Echt niet? Volgens mij weet je het nog wel. Rood gezichtje.. Zeg het eens, bij de buren? 'Ja...' Waarom zeg je dan, weet ik niet meer? ' Ik bedoelde eigenlijk, ik wil het niet zeggen'
En vervolgens kon ik gelijk deze blog toepassen over het bloementuintje in haar hart, de prachtige bloemen en tegelijk het onkruid van liegen dat het tuintje lelijk maakt... het maakte diepe indruk op haar en ze wilde maar als te graag het onkruid weg hebben:)